Lex Bruijn betoogt in deze column op welk gebied hij de NTTB als te bevoogdend ziet en op welk gebied hij juist wel wat meer "bevoogding" zou zien.
Zondag 16 november was ik als coach aanwezig op het A-JRT in Tilburg. Goeie gesprekken gehad met veel mensen over tal van onderwerpen. Het coachen van de talenvolle Madhav Anoop was natuurlijk de eigenlijke reden van mijn monsterrit naar Tilburg. Over Madhav gesproken, ik raakte in gesprek met Joan Arts van Smash’23 die zich afvroeg waarom Madhav opeens niet meer bij de senioren speelde. Hij kreeg geen toestemming was mijn reactie, want plotseling mag jeugd pas vanaf 017-2 bij de senioren spelen. Joan vertelde dat zij, na uitvoerig onderzoek en een uitgebreide mailwisseling van de NTTB te horen had gekregen dat jeugd die al bij de senioren had gespeeld in de seizoenen ervoor bij de senioren mocht blijven spelen. Het weigeren van Madhav was dus onterecht en Joan had de bond gevraagd om de vereniging en Madhav hierover te informeren. Dat was men even vergeten, denk ik dan maar in een positieve bui. Dus geen senioren voor een jeugdspeler die in het voorjaar ruim 80% hoofdklasse speelde. Maar dat terzijde.
Ik vraag me af hoe de bond nu weer aan zo’n regeltje komt. Het argument zou ‘harmonisatie’ zijn. In de regio’s wordt kennelijk verschillend omgegaan met het toelaten van jeugd tot de seniorencompetitie. Omdat gelijk te trekken is de regel bedacht dat je 017-2 moet zijn om aan de competitie voor senioren deel te mogen nemen. Dat roept bij mij de vraag op waarom deze leeftijd? Waarom niet 017-1 of 015-2. Omdat het te laat wordt voor jonge spelers die in de afdeling bij de senioren spelen. Omdat men bang is dat de jeugdcompetitie leeg loopt. Ik zou zeggen dat de verenigingen en ouders prima in staat zijn om te beoordelen of hun jeugdigen mee mogen doen aan de seniorencompetitie en oog hebben voor de gevolgen daarvan. Het is volstrekt overbodig dat de NTTB zich opeens als een overbezorgde vader opstelt. Ik zeg “Afschaffen die regel. Laat het lekker helemaal vrij. Vertrouw erop dat het niet uit de hand loopt en maak geen beleid op incidenten (die er ongetwijfeld zullen komen).
Het A-JRT was trouwens prima georganiseerd, alle complimenten. De opzet was uitstekend, er kon veel gespeeld worden door de jeugd en daar doen we het tenslotte voor. Dat het tijdschema ruimschoots uitliep, in elk geval bij de J017 was voorspelbaar. Toen ik zag dat er steeds 20 minuten werd uitgetrokken voor een wedstrijd wist ik al dat het geen vroegertje zou worden. Maar de zege van Madhav vergoedde veel. Ik merkte in de gesprekken die ik mocht hebben dat ik niet de enige was die zich ergerde aan het talrijke publiek, vooral ouders, dat niet plaatsnam op de tribune maar het nodig vond om hun kids van dichtbij aan te moedigen. Dat zorgde er wel voor dat ik me op sommige momenten nauwelijks verstaanbaar kon maken bij het coachen (volgende keer maar een scheepstoeter meenemen, dacht ik nog), maar ook dat ik regelmatig mensen van een stoeltje af moest jagen. ‘Even bijkomen van de spanning’, sprak een moeder die voor mijn neus plaatsnam net toen ik de laatste poulewedstrijd wilde coachen. Ik had heel wat overredingskracht nodig om deze moeder uit haar comfortzone en mijn stoel te halen. Deze klacht vernam ik dus ook van veel ander coaches en van onze hoffotograaf Rob de Ruiter.
Dat dit beter kan, zien we elk jaar op de NJK in Baarn, op de NK in Zwolle en tijdens de finales van de NJM. Coachen in omstandigheden als in Tilburg is eigenlijk niet te doen. Mijn oplossing: breid het inschrijfformulier uit met een kolom ‘Coach’. Bij aankomst in de sporthal wordt nu al genoteerd welke deelnemers aanwezig zijn en die krijgen mooi een vinkje of kruisje. Laat de coaches zich daar ook melden. Dan krijgt die speler een tweede vinkje als teken dat de coach aanwezig is en de coach zelf krijgt een sticker die zichtbaar gedragen moet worden. Geen sticker, dan op de tribune en geen excuses. Twee keer omroepen, een paar notoire overtreders aanspreken en coachen (en fotograferen) bij een ranglijsttoernooi wordt weer een pretje.
Deze column is geschreven door Lex Bruijn voor tafeltennis.nu.

