Tafeltennis.nu

Columnist Lex Bruijn vervolgt zijn GUNG HO-drieluik met het 2e deel over de "werkwijze van de bever" wat aansluit op de "drijfveer van de eekhoorn" waar het 1e deel over ging.

In het 1e deel hebben we kunnen lezen over de drijfveer van de eekhoorn. Dat leverde een aantal inzichten op. Vertaald naar de sport en dan vooral naar het trainen, impliceert dat drie dingen: de oefeningen zijn waardevol, er worden gemeenschappelijke doelen vastgesteld en denken en doen worden gestuurd door normen en waarden. Voor de sport zijn dat sportiviteit en respect. Belangrijk hierbij is de constatering dat je doelen vaststelt op het moment dat je ze formuleert. Met waarden gaat dat niet. Waarden worden pas werkelijkheid als je ze uitdraagt in je gedrag en in de manier waarop je wilt dat anderen handelen.

Terug in de fabriek besprak directeur Peggy Sinclair de drijfveer van de eekhoorn en probeerde ze de divisiemanagers ervan te overtuigen dat hun werk en het werk van al hun medewerkers ertoe deed. Dat iedereen op zijn manier een waardevolle bijdrage leverde aan het eindproduct en dat het eindproduct waardevol was voor de samenleving. Dat was de boodschap die zij uit wilde dragen en in navolging van haar moest het management dat ook doen naar de werkvloer. Om het goede voorbeeld te geven maakte zij elke dag een rondgang door de diverse fabriekshallen met dezelfde boodschap: jullie werk doet ertoe. En hoewel heel langzaam bij een toenemend aantal medewerkers de trots op hun werk terugkwam en daarmee de glinstering in de ogen, ging het Peggy niet snel genoeg. Ze eindigde haar rondgang steevast op de afdeling van Andy Longclaw, de afdeling die al helemaal GUNG HO was. Peggy wilde dolgraag de volgende stap zetten met de werkwijze van de bever, maar ze moest wachten tot de regenperiode.

Toen het eenmaal zover was, nam Andy haar weer mee achter op de motor. Nog verder het bos in dan de vorige keer eindigde de tocht bij een meertje dat door de zware regenval overvol was geraakt. Ze klommen op een houten vlondertje in een hoge boom en hadden daar goed zicht op de beverdam die ook zwaar beschadigd was geraakt. ‘Let op!’, sprak Andy ‘dit is een ingewikkelder samenlevingsverband dan dat van de eekhoorns, je kunt er veel van leren’. Ze wachtten geduldig tot eindelijk een bever boven water kwam gevolgd door drie andere. Andy zei zachtjes: ‘De drijfveer van de eekhoorn leidt alleen maar tot GUNG HO als die gekoppeld wordt aan de werkwijze van de bever’. Net als de eekhoorns waren de bevers onvermoeibaar. De bevers knaagden goed bereikbare boompjes om en sleepten die naar de te repareren plek. Peggy keek gefascineerd toe hoe energiek en gedreven de bevers waren. Andy zei: ‘De werkwijze van de bever geeft antwoord op de vraag: Wie heeft hier de leiding?’ Een beverbaas? Het was niet goed te zien wat voor systeem er gevolgd werd, wie de lakens uitdeelde en na een half uur intensief kijken gaf Peggy het op. ‘Sorry Andy’, zei ze ‘ik zie het niet. Volgens mij heeft geen enkele bever de leiding’. ‘Aha’, sprak Andy, ‘als niemand de leiding heeft, wie vertelt de bevers dan wat ze moeten doen en hoe?’ ‘Het lijkt me dat ze dat zelf bepalen’, gaf Peggy aan en Andy riep enthousiast ‘Dat is het!’

Hij vertelde dat de werkwijze van de bever niets anders is dan ‘zelf bepalen hoe je het doel wilt halen’. Elke bever heeft een grote mate van zeggenschap over zijn eigen taakstelling en ze bepalen zelf hoe het werk gedaan moet worden.
Vertaald naar de sport betekent dit dat trainers en coaches meer verantwoordelijkheid bij de spelers zelf leggen. Natuurlijk moeten jonge spelers en speelsters leren en ontbreekt bij hen vaak nog de kennis om het juiste te doen. Maar zodra oefeningen bekend en ingeslepen zijn, draagt de speler zelf de verantwoordelijkheid voor de warming-up, de inspeeloefeningen en de oefeningen om een bepaalde vaardigheid verder in te slijpen. De trainer ziet toe op de juiste uitvoering van de oefeningen en de techniek. Samen is vooraf bepaald welke vaardigheden in deze training aan de orde komen en vanzelfsprekend zal de trainer bij het aanleren van een nieuwe vaardigheid adequate oefeningen moeten aandragen, omdat die kennis er bij de jonge spelers nog niet is. Voor coaches betekent het dat zij samen met de spelers tegenstanders bekijken en samen ook wijze bespreken waarop de tegenstander wordt bestreden. Op deze manier ontwikkelt de speler een goed zelfbeeld van zijn eigen sterkte en zwaktes en leert hij het spel van tegenstanders te lezen.

We hebben dus inzet en motivatie doordat het doel van elke training helder is en de speler er van doordrongen is dat de trainingen een waardevolle bijdrage leveren aan zijn spel (drijfveer van de eekhoorn), daarnaast de eigen verantwoordelijkheid bij de inrichting van (een deel van) de training en de mede verantwoordelijkheid voor de juiste bestrijdingswijze van de tegenstander (werkwijze van de bever). En bij alles worden de waarden sportiviteit en respect uitgedragen. Maar dat is nog niet alles. Een krachtige versneller van het proces is de gave van de gans. Die komt in het laatste deel aan bod. GUNG HO!

Deze column is geschreven door Lex Bruijn voor tafeltennis.nu