https://www.tafeltennis.nu

Het ontbreken van maatwerk bij de indeling van de topcompetities geeft aanleiding tot een groot dilemma, zo betoogt en onderbouwt columnist Lex Bruijn.

Steeds vaker hoor je de roep om ‘maatwerk’ in plaats van het rigide volgen van de regels, omdat dat laatste kan zorgen voor een bak ellende. Kijk alleen maar eens naar de toeslagenaffaire, waarin het rigide volgen van de regels voor onnoemelijk leed heeft gezorgd. Vandaag nog werd het UWV teruggefloten door een rechter die in een uitkeringsgeval oordeelde dat het UWV weliswaar de wet juist had toegepast, maar dat die toepassing onevenredige gevolgen had voor de klager, waardoor het UWV de wetgeving in dit bijzondere geval niet mocht toepassen.

Dat rigide volgen van systemen vind je ook terug bij onze NTTB. Alle competities moeten in hetzelfde malletje worden gegoten. Dat betekent dat de eredivisie dames op dezelfde leest geschoeid is als de eredivisie heren. En dat is een grote fout, hier ontbreekt het maatwerk. In de eredivisie dames steken 4 teams met kop en schouders boven de rest uit. Het waren jarenlang 5 teams, maar door het stoppen van Kim Vermaas en het vertrek van Kim Hergelink vormt Scylla ‘the best of the rest’ op de voet gevolgd door DHC. Eigenlijk is van meet af aan al bekend welke teams zich plaatsen voor de play-offs en spelen Scylla, DHC, Vriendenschaar en Tanaka hierbij geen enkele rol. Van de 22 tot nu toe gespeelde wedstrijden in de eredivisie dames eindigden er maar liefst 12 in een 6-1 of 7-0 zege. De eerlijkheid gebied te zeggen dat DHC zelf ook een monsterscore neerzette tegen Tanaka (7-0). Eigenlijk kun je zeggen dat er drie teams zijn die hun ‘eigen’ competitie spelen binnen de dames eredivisie die voor hen bestaat uit 2 of 3 leuke potjes tussen min of meer gelijkwaardige teams. Eigenlijk zijn dit ‘gewoon’ allemaal ook 1e divisieteams.

Dat brengt mij bij de 1e divisie dames en vooral bij de play-offs. In mijn ogen hebben de dames van Hilversum zich niet alleen knap geplaatst voor die nacompetitie, maar hebben zij zich zelfs zeer verrassend aan de kop van de ranglijst genesteld, weliswaar gedeeld met 2 andere teams, maar toch. Als coach ben ik natuurlijk nu al heel trots op de meiden, ongeacht de resultaten van het vervolg. Toch komt af en toe de gedachte bij me op van ‘stel dat we….’. Elke sporter wil zo goed mogelijk presteren en zo hoog mogelijk spelen. Maar wie doe ik een plezier met een eventuele promotie naar de eredivisie? Is het voor ‘mijn’ meiden leuk om vrijwel elke week met maximale cijfers op de broek te krijgen en daarvoor het hele land door te crossen? Is het voor de top 4 à 5 leuk om voor een ‘verplicht’ nummertje naar Hilversum te moeten? Dat stelt mij voor een duivels dilemma. Promoveren lijkt leuk, maar is het zeker niet. Je moet wel barsten van de ambitie en zeer hechten aan je CV wil je vanuit de 1e divisie de stap maken naar de eredivisie en de pakken slaag voor lief te nemen. Maar ja, weggeven van wedstrijden ligt ook niet in mijn aard en die van de meiden.

Eigenlijk wacht ik op een moment van bezinning bij het HB, maar waarschijnlijk vergeefs. In dat moment van bezinning zou men kunnen denken dat de damescompetitie toe is aan maatwerk. Gewoon een poule van 6 in de eredivisie dames en 2 poules van 6 in de 1e divisie. De automatische degradatie uit de eredivisie verdwijnt, net als de automatische promotie van de kampioenen. De kampioenen van beide 1e divisiepoules spelen tegen elkaar om te bepalen wie de promotie-/degradatiewedstrijd speelt tegen de nummer laatst van de eredivisie. En dat zou een veel betere oplossing zijn voor mijn duivels dilemma.

Deze column is geschreven voor tafeltennis.nu door columnist Lex Bruijn, die ook coach is van het damesteam van Hilversum.